Op het hoogtepunt van de asielcrisis, eind 2022, was de Belgische staat 240 miljoen euro aan dwangsommen verschuldigd wegens het niet voorzien van opvang voor asielzoekers. Uit de vorige legislatuur werden daarnaast nog schuldvorderingen ter waarde van 10.253.625 euro aan dwangsommen geërfd.

Vandaag bedraagt het openstaande bedrag aan dwangsommen nog 6.754.500 euro. Daarvan is 5.932.700 euro het gevolg van veroordelingen uit de Vivaldi-legislatuur. 821.800 euro vloeit voort uit veroordelingen tijdens deze legislatuur.

Aantal dwangsommen doen dalen

Minister Van Bossuyt benadrukt dat ze deze dwangsommen alsnog niet kan en zal betalen. “Belastinggeld kan je maar één keer uitgeven. Mijn departement staat voor heel grote besparingen, dus ik moet iedere euro drie keer omdraaien. Daarom investeer ik beter in het verstrengen van het asiel- en migratiebeleid, zoals de kiezer heeft gevraagd, dan in het uitbetalen van grote sommen aan individuele asielzoekers. Die keuze is niet vanzelfsprekend, maar ze werkt wel. Daarom blijf ik inzetten op orde in het asielsysteem, zodat het aantal veroordelingen daalt, met als uiteindelijk streefdoel nul dwangsommen.”

Geen asiel voor wie elders al bescherming kreeg

Een tijd geleden werd er zelfs een strafklacht tegen de minister ingediend naar aanleiding van de beslissing om opvang te weigeren aan mensen die onder het ‘M-statuut’ vallen, dat wil zeggen dat ze al bescherming hebben in een andere EU-lidstaat. Intussen heeft de procureur-generaal bevestigd dat er geen sprake is van strafbare feiten en de zaak geseponeerd wordt.

De minister blijft zich vragen stellen bij de gigantische hoeveelheid (beroeps)procedures die jaarlijks worden opgestart. Minister Van Bossuyt: “Dit toont opnieuw hoe kwetsbare mensen worden meegezogen in procedures door activistische advocaten die valse hoop tot een verdienmodel hebben gemaakt. Dat terwijl duidelijkheid bieden net menselijker is dan valse verwachtingen creëren. En voor wie al bescherming heeft in een andere lidstaat bestaat er maar één duidelijk perspectief: terugkeer.”